


Ik denk dat ik gewoon kan zeggen dat ik hier
zonder Theater te Water
niet zou hebben gestaan. Althans, niet in deze hoedanigheid, die van
podiumkunstenaar en cultureel ondernemer. De kans is namelijk groot
dat ik – zonder Theater te Water – dat nu helemaal niet geweest
was.
In 1993 moest ik op stage. Ik studeerde Kunst en Kunstbeleid, dus
een beleidsmatige stageplaats lag voor de hand. Ik had echter inmiddels
een keer voet aan boord van De Verwondering gezet – de voorstelling
“Chinezen” - en was gegrepen door het enthousiasme van spelers
en publiek,
door de magie van het schip, de muzikaliteit, de prachtige kostuums, het
ingenieuze decor en vooral door de kwaliteit van de voorstelling.
Bovendien was Theater te Water toen al een begrip, daar MOEST ik bijhoren.
Ik vond het een enorme eer dat ik mocht komen stagelopen. Ik werd
productieleider.
Na m’n stage ben ik een tijdje aangebleven als productieleider, op
vrijwillige basis, net als de spelers, de technici en decor- en kostuumassistenten.
Het bleek een enorm waardevolle aanvulling op mijn studie te zijn en heeft
de basis gelegd voor het bedrijf dat ik 1996 gestart ben, een productiehuis
voor theater, muziek en audiovisuele media en waarmee ik tot op de dag van
vandaag daadwerkelijk m’n brood verdien.
Maar dat is niet het enige dat ik aan Theater te Water te danken heb. Ik
hoor het Just nog zeggen: “Doe gewoon één keertje mee
als speler”, zei ie. “Baadt het niet, dan schaadt het ook niet”.
Voor uw begrip: Ik speelde tijdens de middelbare school bij de Vooropleiding
Theater, maar had al jaren niet meer zelf gespeeld. Nou, dat schaadde zeker
niet. Het bleek precies dat te zijn wat ik nog miste. Theater te Water heeft
mij gemaakt tot wat ik nu ben en waarmee ik – net als vele anderen,
ik noem een Alina Kiers, Arno van der Heyden, Albert Secuur, Theo de Groot,
Gabrielle Glasbeek, maar ook de mensen van de nu, die nu nog geen “naam”
zijn, maar hard op weg dat te worden, zoals Corvin de Raaf met zijn Zwart-Wit
Theater – waarmee ik en al deze mensen dus, ons brood kunnen verdienen.
Mijn gevoel van 1993, dat ik er bij MOCHT horen, dat “wow”-gevoel,
zie ik dagelijks terug bij de spelers van nu, de productiemedewerkers, de
technici. Nergens in het noorden, misschien wel nergens in Nederland, kun
je als starter zoveel leren als bij Theater te Water. Zo’n 60 voorstellingen
per productie, de op- en afbouw in de zalen, de zelfredzaamheid aan boord,
het is allemaal uniek en van groot belang – voor medewerker EN publiek.
Een ander uniek aspect aan Theater te Water is het feit dat nu al jarenlang,
vrijwel iedere voorstelling is uitverkocht. De combinatie humor, muziek,
in je eigen omgeving en lage entreeprijs blijkt een gouden formule om werkelijk
iedereen naar het theater te krijgen, ongeacht opleidingsniveau of wat ook.
Jong, oud, dik, dun, man, vrouw, universiteit of vmbo, iedereen komt en
iedereen geniet.
En dit prachtige instituut zou moeten ophouden te bestaan? Met als belangrijkste
reden dat het niet vernieuwend zou zijn? Moet dat dan? En wat wordt daar
eigenlijk mee bedoeld? Waarschijnlijk dit: Het enige niet vernieuwende is
de formule die al jarenlang wordt gehanteerd: komisch toneel met liedjes.
Maar de meeste gezelschappen wijzigen de formule niet. Dat is namelijk je
handtekening, je gezicht, dat waaraan je herkenbaar bent.
Binnen die formule is ieder jaar alles vernieuwend. Twee compleet nieuwe
theaterteksten per jaar, die ook door anderen kunnen worden opgevoerd –
wat ook gebeurt – 12 tot 15 nieuwe liedjes per jaar, waarvan er altijd
weer een paar eigenlijk zo op de plaat gezet kunnen worden, samenwerking
met andere disciplines – ik heb choreografen langs zien komen, schermleraren,
ben op zoek geweest naar de meest rare instrumenten - , samenwerking met
derden in het algemeen – er is gespeeld in kapsalons, tijdens festivals,
met andere gezelschappen zoals Tryater (twa/twee/zestig). Altijd weer wordt
er gezocht naar nieuwe dingen, worden actuele zaken bij de kop genomen en
wordt dat op geheel eigen, en vooral unieke wijze voor het voetlicht gebracht.
Moet een voetbalclub gaan korfballen? Moet een bakker gaan metselen? Is
dat vernieuwing? Is dat wat we wensen? Lijkt mij niet. Ik hou namelijk van
ambachtelijk brood en zou niet graag zien dat de spelers van FC Groningen
plotseling iets met hun handen moeten gaan doen. Een gezelschap als Theater
te Water opheffen is een aderlating voor vele, vele mensen. Dat mag niet
gebeuren.
In de tweede helft van de jaren tachtig
van de vorige eeuw heb ik vier
seizoenen lang meegespeeld bij Theater te Water; in de laatste winter-
voorstelling aan boord van het schip, en drie achtereenvolgende
zomervoorstellingen.
In die vier jaar heb ik een goed beeld gekregen van wat Theater te
Water betekent voor de regio. Als we een dorpje binnenvoeren, stonden
de mensen al aan de kade te wachten: Ha, daar zijn ze weer! Hier gebeurt
nooit wat, maar Theater te Water, daar kijken we elk jaar weer naar uit.
Als directeur Sjaak Spier van het gelijknamige circus speelde ik in 1988
in
de voorstelling, u raadt het al, Circus Sjaak Spier. Voor het eerst ging
Theater te Water de provincie Drenthe in. In Geesbrug lagen we een
week te repeteren, en konden we ’s avonds alvast kennismaken met
de aanvankelijk argwanende bevolking in het café bij de brug.
De eerste voorstelling speelden we voor de zes stamgasten; de
tweede voortstelling kwamen ze weer en namen hun vrienden mee; de voorstelling
daarna in Zwinderen zorgden ze er voor dat er weer meer mensen zaten –
en tegenwoordig is ook in Drenthe, net als overal, elke voorstelling uitverkocht.
Niet alleen voor de bevolking in theaterarme gebieden is Theater te Water
een unieke voorziening, ook voor de spelers en medewerkers. Ik kon aanvankelijk
alleen een beetje liedjes zingen, maar door het spelen bij Theater te Water
leerde ik acteren, improviseren, organiseren – en een groot netwerk
kennen waarvan ik nog steeds gebruik maak. Groepen als De Bende van Baflo
Bill, Kloosterboer, Vrouw Holland en Voorheen De Bende hadden niet bestaan
zonder Theater te Water; voor onze voorstellingen schakelen we de hulp in
van decor- en kostuumontwerpers die we van Theater te Water kennen, lichtontwerp,
grafische vormgeving… Onderschat niet de grote infrastructuur die
een instituut als Theater te Water in stad en wijde omgeving heeft doen
ontstaan. Het is met recht een opleidingsinstituut te noemen, een springplank,
een leerschool waar je in je latere leven veel aan blijft hebben.
Is Theater te Water niet vernieuwend genoeg? Moet dat dan? Is kunst uitstallen
in een museum, of toneelspelen in een schouwburg dan wel zo uniek en vernieuwend?
Bovendien: de thema’s van de stukken van Just Vink raken juist zonder
uitzondering telkens aan de maatschappelijk actualiteit. Een stuk over de
problematiek van buitenlanders bijvoorbeeld, zorgt juist in een Drents dorpje
na afloop voor nadenken en napraten.
Nog een voorbeeld. De zomervoorstelling van 2011 bezocht ik in Termunterzijl.
Het stuk ging over een theatertje dat dreigde te moeten sluiten… Er
was sprake van een projectontwikkelaar, die het maatschappelijk nut van
kunst in twijfel trok, het ging over geld, economisch rendement… Voorwaar
niet bepaald een theatervoorstelling met een eendimensionale artistieke
visie.
In de pauze zaten we op het dek en keken uit over de haven van Termunterzijl.
Naast me zat een vrouw, die opeens tegen me zei: “Circus Sjaak Spier,
daar zat jij toch in, in 1988? Dat was mijn eerste voorstelling van Theater
te Water, en sindsdien heb ik er niet één meer gemist!”
Later zei ze nog: “Ik ga nooit naar theater, bij ons in Woldendorp
hebben ze dat niet eens, maar die stukken van Theater te Water, daar gaan
we altijd heen, hier in Termunterzijl, daar zit altijd wat in, daar wil
ik er nooit een van missen.”
Juist in een tijd van krimp en bezuinigingen bewijst Theater te Water zijn
functie in de toch al zo geplaagde regio. Jonge mensen krijgen de kans het
vak van theatermaker te leren, in afgelegen streken zonder veel voorzieningen
wordt theater gebracht, met een lach maar ook met een diepere laag die tot
nadenken stemt. En dat alles voor een schijntje!
Vernieuwend, vernieuwend… Theater te Water is gewoon een instituut,
al drie decennia lang een vaste waarde in heel Noord-Nederland. Net zoiets
als de Martinitoren, zeg maar: niet zo avant-gardistisch als het Forum,
maar we wel een monument.
Je gaat toch ook niet de Martinitoren opheffen?
Geachte leden van de commissie
De Kunstraad noemt Theater te Water een sympathieke in
stelling die een hiaat vult en daarmee voorziet in een be
hoefte. Dat heeft de adviesraad goed gezien. Een gezelschap dat 12
0 voorstellingen per jaar speelt en bijna altijd op een volle zaal ma
g rekenen moet wel iets doen dat de mensen aanspreekt.
Dat blijkt ook wel uit de kleine drieduizend handtekeningen van
mensen die vinden dat Theater te Water moet blijven die wij de ge
deputeerde hebben aangeboden. Mensen afkomstig uit
129 verschillende woonplaatsen in Groningen. En inmiddels is dit
aantal via de site en handtekeningen lijsten die we neerleggen bij de
voorstellingen verdubbeld.
Dat blijkt ook uit een brief opgesteld door een aantal sympathisanten,
waaronder u naast de naam van Bert Visscher die oud-speler is, ook een aantal
theaterdirecteuren uit Groningen vindt, die getekend is door Jos Thie, Artistiek
directeur van de Utrechtse Spelen en Wim Pijbes, directeur van het Rijksmuseum
in Amsterdam maar afkomstig uit Winschoten. Mensen met kennis van zaken,
die een band hebben met onze regio en zien wat Theater te Water hier betekent.
Het blijkt uit de toekenning van de Drentse Cultuurprijs door een deskundige
jury, en uit de toekenning van de Wessel Gansfoortprijs aan de artistiek
leider van Theater te Water.
En het blijkt uit de reacties in de pers waar veel waardering voor het werk
van Theater te Water uit spreekt.
Het vreemde is dat al deze mensen enthousiast zijn over iets dat volgens
de Kunstraad gedragen wordt door een artistieke visie die enigszins eendimensionaal
en daarmee beperkt is. Deze mensen stellen zich tevreden met iets van beperkte
waarde en hebben kennelijk geen oog voor het grotere artistieke werk. Het
kan zijn. Maar het kan ook andersom zijn. Dat er mensen rondlopen die geen
oog hebben voor het kleinere artistieke werk. Die enkel de top willen zien
en vergeten dat een top alleen kan bestaan als er een basis is. Dat een
cultuurbeleid alleen een goed beleid kan zijn als het gedragen wordt door
de hele bevolking, en dat daarom de hele bevolking zijn deel moet krijgen
van de cultuur.
Theater te Water staat voor spreiding, voor cultuurdeelname door een breed
publiek. Om met de woorden van de Kunstraad te spreken: Theater te Water
vult een hiaat. Het vult een hiaat maar moet wel weg, want men heeft liever
een hiaat, liever niets, dan een vulling van beperkte artistieke kwaliteit.
Het klinkt bijna elitair, maar dat kan natuurlijk niet. Groningen is immers
geen elitaire provincie. Groningen is een provincie met vlak open land,
met daarin verspreid dorpen die naar prachtige namen luisteren. Waar vaarten
en kanalen lopen waar schepen over varen. Schepen met vracht, in het verleden
ook kermisschepen, voor de oorlog zelfs een schip met een tent waarin theater
werd gespeeld, en sinds 1982 het schip van Theater te Water. Het is niet
elitair. Mag het? Een filosoof schreef in Trouw: ‘Als het vernieuwende
traditie wordt, wordt het traditionele vernieuwend’.
Tot slot nog iets over de formele afwijzingsgronden. Theater te Water schept
een professioneel kader maar de voorstellingen worden uitgevoerd door onbetaalde
amateurspelers. Dat is participatie, educatie en amateurkunst en zou buiten
de uitgangspunten van de cultuurnota vallen. Dezelfde discussie hebben we
eerder meegemaakt toen we subsidie aanvroegen in Den Haag. De afdeling professionele
kunst vond dat we amateurkunst waren en op een aanvraag bij amateurkunst
kregen we te horen dat we zeer beslist professionele kunst waren. Het ligt
er maar aan of men naar de stukken kijkt, de taal, de vormgeving en de organisatie,
of naar het diploma van de mensen op het podium. Ik stel voor dat we naar
het publiek kijken, want daar gaat het om. En het publiek wil Theater te
Water zien.
Ik dank u voor uw aandacht,
Just Vink
Het nieuwste Nieuws!
Op 8 februari heeft Provinciale Staten van Groningen een amendement aangenomen waarin besloten wordt de volgende culturele instellingen alsnog op te nemen in de cultuurnota van 2013-2016. Zij dragen bij aan het verhaal van Groningen en / of hebben een belangrijke regionale functie. Met het opnemen van deze instellingen in de cultuurnota en het subsidiëren met bovengenoemde bedragen wordt het Groningse cultuurveld gecomplementeerd ( aldus de motie)
Zie eerder acties

| A |
Museumstad Appingedam |
60.000,- |
| B |
Theater te Water |
40.000,- |
| C |
Stichting Beeldlijn |
17.000,- |
| D |
Nationaal Rijtuigenmuseum |
60.000.- |
Staten wordt opgedragen tot een ‘inspanningsverplichting’ om financiering buiten de cultuurnota te vinden voor:
A. Theatergroep De Steeg
B. Borg Nienoord
C. Grafisch Museum
De Verwondering en Theater te Water in volle vaart verder!
We zijn blij met de vele vormen van support vanuit onze achterban. Vele oud spelers of medewerkers lieten van zich horen, spraken in of stuurden een brief naar de Provincie. Culturele commissies of dorpsverenigingen zochten contact met statenleden. Wijzelf gingen op stap om statenleden te informeren over waar we voor staan en waarom dat door moet kunnen gaan. Meer dan 4000 bezoekers tekenden de petitie Red Theater te Water.
Het feit dat we politieke steun hebben ontvangen vanuit alle fracties geeft aan hoe breed ons draagvlak is.
Zowel de oppositie- als de coalitiepartijen , dus links, rechts, midden, alle fracties hebben zich voor ons uitgesproken.
We zetten de zeilen bij en zullen doorgaan!